Historie

Een ‘vloedschuur’ is de algemene benaming voor schuren die gebouwd werden op een opgeworpen bult grond om ten tijde van een dreigende dijkdoorbraak mens en vee in veiligheid te kunnen brengen en droge voeten te laten houden.

De gebruikelijke benaming voor een vloedschuur in deze streek was ‘hoge schuur‘. De hoge schuur bij de oude boerderij ‘De Steeg’ uit 1649 werd in 1815 door het echtpaar Wouter van de Westeringh en Hendrina van de Wal gebouwd. Hun initialen “WVDW-HVDW” en het bouwjaar staan in de gevelsteen boven de toegangsdeuren van de schuur.

De Vloedschuur anno 2005
De Vloedschuur anno 2005

Een vloedschuur werd niet alleen maar gebouwd om bij overstroming in te kunnen vluchten, maar uiteraard ook om als een gewone schuur te kunnen gebruiken. Dat kon zijn ten behoeve van het stallen van vee, als opslag van materialen en als stalling van rijtuigen en boerenwagens. In de hoge schuur werden ook schapen gestald. Boerderij ‘De Steeg’ had in het midden van de 19e eeuw namelijk een kudde schapen. Omstreeks 1840 waren dat zo’n 70 schapen. De scheper (of herder) had een eigen kamer in de schuur, links van de toegangsdeuren.

Een ander interessant gegeven is dat de hoge schuur ook gebruikt werd als tabaksschuur. De tabaksbladeren werden gedroogd boven de balken. Daartoe was er zowel aan de voorkant als aan de achterkant een deurtje dat open kon voor de nodige trek om de tabaksbladeren te kunnen drogen. In de Tweede Wereldoorlog is er tijdelijk nog wat tabak verbouwd en gedroogd. Na de oorlog moest op de balken de hooioogst worden opgeslagen.